Het pedagogisch beleid in de praktijk

Elk kind heeft het recht om onvoorwaardelijk geaccepteerd te worden. Hoewel het noodzakelijk is om bepaald gedrag te verbieden, dienen gevoelens serieus genomen te worden. Een kind heeft recht op respect en moet de ruimte krijgen om zich op eigen wijze te ontwikkelen. We werken zonder verbaal en fysiek geweld.

Een kind heeft basisbehoeften, zoals de behoefte aan voeding, slaap, aandacht en genegenheid. Er wordt naar gestreefd om zoveel mogelijk aan deze behoefte te voldoen.

Het is van belang dat een kind zich veilig en geborgen voelt.

De sociaal emotionele veiligheid

Hierbij doelen we op vertrouwde vaste leidsters, vervanging door bekende leidsters, de kinderen benaderen met respect, het creëren van een gezellige sfeer op de groep, een vast dagritme, een aantal kinderen van dezelfde leeftijd per groep.

Er worden regelmatig activiteiten aan de kinderen aangeboden waarbij de kinderen dan de keuze hebben om wel of niet mee te doen. Af en toe worden er extra activiteiten aangeboden voor de wat oudere kinderen waarbij alle oudere kinderen uit alle groepen dan samen komen.

Een ander belangrijk aspect is de sociale competentie.

Het ervaren hoe het is om samen te zijn met andere kinderen en volwassenen.

Hierbij moet u denken aan het omgaan met vriendschappen, “ruzies “, samenwerken, samen spelen, samen delen, maar ook de mogelijkheid tot eigen spel, variatie in rustige en actieve activiteiten, variatie in spelmateriaal.

(regelmatig wisselen we op de groepen onderling van speelgoed )

Ook wordt er aandacht besteed aan vaste regels en waarden en normen.

Zoals hygiëne, handen wassen na het plassen, na het buiten spelen en voor het eten. Alleen aan tafel eten en drinken. Op je beurt wachten als er veters moeten worden gestrikt, niet door elkaar heen praten als iemand wat aan het vertellen is. Niet slaan, schoppen of ander geweld gebruiken.

Niet elk kind heeft dezelfde manier van benaderen nodig en daar wordt ook rekening mee gehouden. Als een kind twee maal gewaarschuwd is moet hij even gaan nadenken op een vaste plek in de ruimte. De leidster die het kind daar neer gezet heeft is ook degene die het “uit “praat met het kind en het ook weer goed maakt.

Tussen alle groepsactiviteiten door is er ook nog aandacht voor de persoonlijke competentie.

De individuele ondersteuning en zorg voor een kind. Dit gebeurt door te benoemen wat je aan het doen bent als je een kind aan het verschonen bent, een kind stimuleren om zelf een broek of sok aan te trekken, of een jas dicht te maken maar ook het zien en “belonen “ van goed gedrag. En daarin ook een stapje verder te gaan door grenzen te verleggen. Je broek kun je al zelf aan trekken, ga nu je sokken eens proberen… Ook buiten worden de kinderen gestimuleerd om dingen te ondernemen, bijvoorbeeld om van de glijbaan te gaan of het leren fietsen.

Observaties

De pedagogisch medewerkers zijn het grootste deel van de dag aan het observeren. Mochten er dingen opvallen zal de mentor of de andere pedagogisch medewerkster (bij acute dingen) contact opnemen met de ouders om te bespreken wat er is aan de hand is. Observeren begint al bij binnenkomst, zit het kind goed in zijn/haar vel, zijn er bijzonderheden? Gedurende de dag worden kinderen geobserveerd. Bij baby’s wordt de ontwikkeling gevolgd van rollen naar kruipen etc. Bij grotere kinderen wordt gekeken naar de grove motoriek bijvoorbeeld als een kind aan het buiten spelen is of de fijne motoriek tijdens het knutselen.

Vaste gezichten

Als stabiele basis voor de jongste kinderen hanteren wij het principe dat er max. 2 (bij baby’s ) of max. 3 (bij kinderen vanaf één jaar) vaste medewerkers voor de kinderen aanwezig zijn op de groep. Zo hebben ze altijd een bekend gezicht en iemand die het kind goed kent. Hierdoor creëren wij rust en regelmaat voor de kinderen.

Uiteraard zijn er uitzonderingen wat betreft de vaste gezichten door bijvoorbeeld ziekte, vakantie of vrije dagen. Omdat wij een kleinschalig kinderdagverblijf zijn en er veel met alle groepen tegelijk buiten wordt gespeeld kennen de kinderen de meeste leidsters en de leidsters kennen zo eigenlijk alle kinderen.

3 – uursbeleid

Op ’t Rakkertje zijn er per dag minimaal 2 en maximaal 8 medewerkers per dag op de groepen aanwezig. Omdat we langer dan 10 uur per dag open zijn mag er maximaal 3 uur per dag worden afgeweken van het leidster – kind ratio.

Wij maken voornamelijk gebruik van deze uren tijdens de pauzes. De leidsters hebben ’s morgens per persoon 15 minuten pauze en tussen de middag 45 minuten. De middagpauze begint vanaf 12.30 uur waarbij de meeste kinderen op bed liggen. Dit betekent dat er met de totale pauze tijd maximaal 2 uur wordt afgeweken van leidster-kind ratio. De overige tijd wordt in de ochtend of eind van de dag gebruikt, wat vaak niet noodzakelijk is omdat er dan wordt voldaan aan het leidster –kind ratio.

De meeste kinderen komen tussen 8.00 en 8.30 uur en worden opgehaald tussen 17.00 en 17.30 uur. De tijden hier tussen (8.00 en 17.30 uur) staan er 2 leidsters op de groep (tenzij het een kleine groep betreft dan staat er 1 leidster). Het is mogelijk dat er een leidster om 8.15uur begint dus kan er gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid tot afwijking van de leidster-kind ratio voor 15 minuten.

Er is tevens een mogelijkheid om groepen begin van de dag of eind van de ochtend samen te voegen (kinderen met hun eigen leidster) zodat er voldaan kan worden aan het leidster-kind ratio.